Mr. Cornelis de Gijselaar

geboren 19 februari 1751 - Gorinchem, ZUI, NLD, Overleden 29 mei 1815 - Leiden,2e pensionaris van Gorinchem 1776, raad en 2e pensionaris te Dordrecht 1779, 1e ald. 1779-87, gecommitteerde in de Staten van Holland en West Friesland.

Gehuwd 1 februari 1784, Den Haag, met Catharina Geertruida Heerega, geboren 7 februari 1751 - Leiden, overleden 2 april 1799 - Brussel, Belgie

Dochter:

Jonkvrouwe Geertuida Cornelia Henriëtte de Gijselaar, 1789-1871 gehuwd 18 juli 1817, Leiden met Mr. Franciscus Gerardus Hoffman, 1791-1845 en hun kinderen:Johanna Margaretha Hoffman 1818-1832, Cornelis Pieter Hoffman 1819-1819, Cornelis Nicolaas Hoffman 1820-1890

Geschiedenis van het gebouw Rapenburg 65 te Leiden


De prentenkamer van de Universiteit Leiden is gevestigd in een statig herenhuis aan de Rapenburg 65 in het centrum van Leiden en kent een lange bouwgeschiedenis die teruggaat tot de late middeleeuwen. Het gebouw aan de Rapenburg 65 zoals we dat nu kennen, is ontstaan ​​uit een samensmelting van twee kleine laatmiddeleeuwse huizen met een monumentale voorgevel die later in de 18e eeuw werd toegevoegd. Deze twee gotische huizen werden in de loop der tijd vergroot, verbouwd, herbouwd, opnieuw ingericht, enzovoort, afhankelijk van de eigenaar/bewoner, de heersende mode of het doel van het gebouw.

De eerste bekende eigenaar van Rapenburg 65 was Willem van Alkemade , die het huis in 1444 in bezit nam. Matthijs van Overbeke , die het huis in 1623 kocht, was de eerste bewoner die het ingrijpend verbouwde door een aanbouw aan de achterzijde te realiseren. Hij voegde een grote keuken en twee salons toe, geflankeerd door een lange gang die naar de tuin leidde.

De volgende aanleiding voor verbouwingen was in 1652, toen Rapenburg 65 apart van het aangrenzende pand Rapenburg 67 werd verkocht. Tot die tijd waren beide huizen gezamenlijk bewoond en was er een verbindingsdeur in de scheidingsmuur gemaakt. Door de scheiding in 1652 moest deze deur worden dichtgemetseld en werd een nieuwe, aparte ingang voor Rapenburg 65 gecreëerd door de linker voorkamer op te splitsen in twee kleinere kamers en er een gang doorheen te leiden die van de voordeur naar het achterhuis liep.

Pieter de la Court van der Voort, een rijke lakenfabrikant en handelaar, herbouwde het achterhuis in 1723. Een nieuwe, statige hal met trappenhuis werd gebouwd, voorzien van een stucplafond van GB Luraghi. Zijn dochter, Catharina Meerman, was verantwoordelijk voor de monumentale voorgevel van het huis zoals we die nu kennen. Toen zij het gebouw in 1748 erfde, bestond de voorgevel uit twee smalle 16e-eeuwse puntgevels, die totaal niet pasten bij het interieur dat door de vorige bewoners al was omgetoverd tot een waardig landhuis. Daarom liet zij in 1749 een imposante, brede voorgevel bouwen die beter aansloot bij de status van het gebouw. ​​Tegelijkertijd werden de kamers in het voorhuis verbouwd door de plafonds te verhogen en te decoreren met stucwerk.

In het laatste kwart van de 18e eeuw vervingen de families Twent en Gaubius de frivole rococo-decoraties door strengere neoklassieke guirlandes, in overeenstemming met de heersende Lodewijk XVI-stijl. De nog bestaande deuren in de hal en gang dateren ook uit die periode. Bovendien werd de gang in het achterhuis verplaatst naar de uiterste linkerkant van het huis.

Er werden geen noemenswaardige veranderingen aangebracht door de opeenvolgende bewoners in de 19e eeuw, maar er is één bewoner die het vermelden waard is: Nicolaas Cornelis de Gijselaar, zoon van Cornelis de Gijselaar, die het huis in 1799 kocht. Nicolaas Cornelis was een bekend verzamelaar van prenten en tekeningen. Hij schonk zijn collectie aan het Prentenkabinet, waarvan hij zelfs korte tijd directeur zou zijn (1849-1851).

In 1928 verkocht Nicolaas Charles de Gijselaar, achterneef van Cornelis de Gijselaar, het gebouw aan de VVSL, de vrouwelijke studentenvereniging van Leiden, die het als clubhuis wilde gebruiken. Deze nieuwe bestemming vereiste een reorganisatie van het gebouw, met name van de begane grond, die een doolhof van kamers en gangen was geworden. Pas in 1958 begon een grootschalige renovatie van het gebouw, met als doel zoveel mogelijk elementen in hun oorspronkelijke staat te behouden en te restaureren.

Het VVSL was tot 1971 gevestigd aan Rapenburg 65. In 1973 werd het verkocht aan het LUF, het Leidse Universiteitsfonds. De Universiteit Leiden huurde het gebouw van het LUF en huisvestte er het Prentenkabinet en een deel van de vakgroep kunstgeschiedenis. De grote tuinkamer in het achterhuis werd ingericht als bibliotheek en leeszaal en de twee grote ruimtes op de eerste verdieping aan de voorzijde van het huis werden tentoonstellings- en leeszaal voor de afdeling fotografie. De overige ruimtes worden gebruikt als werkruimte voor het personeel.

In 1982, toen de vakgroep kunstgeschiedenis verhuisde uit Rapenburg 65, werd het hele gebouw in gebruik genomen door de Printroom van de Universiteit Leiden en het Studiecentrum voor de geschiedenis van de fotografie, die sindsdien de enige gebruikers zijn.


Een geschiedenis van het gebouw Rapenburg 65 door Tessa van Beem,Leiden, 1995. Laatst bijgewerkt: Gerhard Jan Nauta , 07-08-2001